woensdag 16 augustus 2017

Schelpen.

Ze dragen het verstand van de zee.
Ze ademen het licht van verlaten stranden.
Ze bespioneren benen en buik,
overspoelen met vergeten tijden
de verloren lopende angst van een kind.

Schelpen.

Ze gaan nooit dood en drogen nooit uit.
Verstoppen het leven in een zone van honger.
Zie ik hen liggen, raap ik hen op en word jonger.
Weet weer wat vrijen was, dromen in rul zand
en hopen dat de buit mee naar huis mocht.

Schelpen.

Lof en erkenning zonder dat ik ernaar zocht.
Ruisend ongelukkig-zijn van zilte eeuwen.
En altijd dat beamen van krijsende meeuwen.
Zal dit de toekomst zijn? dacht ik als kind.
Zag een koppel giechelend rollen, in de wind.

Schelpen.