dinsdag 26 september 2017

Je trilde als een madeliefje
dat te vroeg is opgestaan
in mijn late winter
van verdriet

benut de dag, zei je, 
maar ik liet ze liggen,
tussen hazelnoten
en verdorde bloemen

pluk de avond, lachte ik: 
over een stoel hing je T-shirt
met de naam 
van een nachtclub

stokstijf stond ik bij een vaas 
met overhangende geraniums
toen zette de zon je woning 
op de noen in lichterlaaie

later kwam regen zich moeien 
met de muf geurende stilte
van oude foto’s — opeens wilde je
gaan wandelen met mij

een ijzeren brug over het kanaal 
bood onderdak aan dakloze sterren 
onder mijn plu leerde ik je vasthouden 
in de knuffelsessie van mijn liefde 

het uitspansel speelde me parten 
striemend water viel op het lawaai 
van een verdwenen vallei — samen
ontdekten we waar meteorieten 

hun vrijheid voor ons jatten
en dat was goed, hoe laat het ook was
en niemand die het wist, niemand

om de regen te verjagen

vrijdag 15 september 2017

ik wist niet waarom ik uit de bol ging
toen ik je ontmoette –
misschien wilde ik de wereld
op zijn kop zetten
voor jou

ik wist niet waarom ik regen nodig had
toen ik je weerzag –
misschien wilde ik de bomen
doen buigen
voor jou

ik dacht dat er rust zou komen
na onze stroompanne in de hel –
dat de bladeren weer zouden vallen
op de aarden fietspaden van onze flirt
vroeg of laat

misschien wilde ik vrij blijven
om ongenadig hard te zijn voor mezelf
in mijn herinnering aan jou
terwijl ik je favoriete boeken
netjes orden in mijn bibliotheek


de weerman, glimlachend, schakelt over
op zijn fraaie studiemeestertoontje
en ik besluit, als eerste stralen na een bui
om zelf het mooie weer te maken
voor jou

vrijdag 1 september 2017

We zijn als een carrousel 
stilgevallen in de regen.

We wachten op een nieuwe dag
met de belofte van een zegen

dat alles weer draaien zal
en vals zingen als een kermis
bij de oude kerk, in opbouw
terwijl de boeren oogsten

en anderen het gnuivend paard 
van onze liefde naar huis brengen 

in een gedicht vol schoonheid 
die iedereen kent en weer opgooit, 
als hooi uit een ander seizoen.

Moedige papaver op de kasseiweg
van hoop. In geen weiden
meer te vinden. 

Toch blijft de toekomst 
in het dorp waar jongens hun meisjes
en meisjes hun jongens bietsen

om samen op en neer te gaan
tot hoog boven de haan
in een opgestoken wind.

Kermis, zeggen ze, 
keert jaarlijks terug. Dat feest

in de leegte.