zondag 8 oktober 2017


Ik woon op een boogscheut 
van mezelf, golven worden deeltjes
en ik wandel heen en weer tussen stilte
en de fotonen van een droom.

Hoe jij daar verschijnen kon, 
altijd een oude meester van de liefde, 
een vreemde vogel met vliegend penseel, 
aquarel van licht in duistere verbeelding.

Zo neem ik je mee, kleine medeplichtige
aan de donkere ecologie van een geluk
dat haast niets behoeft, tenzij het ja
dat ik als een versleutelde code bewaar.

Ik woon in een parallel universum
waar in het verleden wordt gekeken,
niet vooruit naar de stoerdoenerij van tijd.
Daar flikker jij zoals je was, koorddansend


op mijn hoop van hier naar nergens.