zaterdag 25 november 2017


Op weg.
Door de avond.

Hoog boven de polder kan ik het 
niet helpen, maar blijf staan 
om naar een heilige tak te kijken, 
beneden in de schemering 
die voorzichtig trilt, zwak 
en kleurloos als een oude kerk 
in late zomerhitte. Stop en kijk
naar gierende wilde bloemen. 
Zo moedig. Zo donker.

Liefde
is een vergeten boterbloem.
Doet me rillen. 
Doet me wat.
Die jonge eenzaamheid 
aan de rand van de polder.
Weer een belofte van maan erbij.
Nu nog vaag vermoeden.
Herinnering aan een eerste blik. 

Kijk en stop
naar zanderige kamperfoelie. 
Tonen, grijs als lood
ademen de oude takken.
Scheuren uiteen
wat in het Zuiden 
als Westenwind begon.
In het hartje van de zomer.
Bij de stille polder. 

Op weg.

Naar de nacht.

maandag 13 november 2017


De kilometerpalen haasten zich naar huis.
De natriumlampen gooien schaduwen in mijn gezicht
en spelen een spelletje schaak met Miles Davis.

Op de catwalk van het uitspansel defileert een fiere jurk,
glitter die de daad bij het woord voert met een vallende ster.

Naast me zit een T-shirt met de naam van een nachtclub op
zomer te wezen achter de ruitenwissers van mijn melancholie
die werkloos zijn in deze lome laatavondhitte. 

Stil, de nieuwslezer
gaat iets zeggen over spoken uit de verkeerde richting
en we zien allebei de afrit vluchten, nog voor de zender
zichzelf heeft afgesloten. 

Middernacht nu, zegt de stilte.
De lichten doven. Hemellichamen bedekken zich met wolken.
Jij houdt nog wel van mij, maar in je slaap, waar ik niet bijkan,

veldwegen in de Kempen die langzaam hun mist verzamelen

terwijl ik het stuur een tikje geef, om even nog wakker te blijven.