vrijdag 16 maart 2018


Bij het water
leent een kommervolle vrouw zich 
voor een vers met fijne rimpeltjes. 
In haar rustig-droeve blik komt elk leesteken 
tot leven. Alsof we in andere nevels
hetzelfde boek lezen. Heeft ze een tuin, 

ik weet het niet, en ook haar lusten 
zullen nu wel rusten. Maar de bloemen 
zijn bij de vervaagde vijver gesukkeld,
knikkebollen in de wind 
die liefde wil oprakelen
wanneer ze de baby uit de buggy tilt, 
troostend wat hem niet zint 
aan tijd en ruimte in open lucht.

We zijn reflectie onder de staart 
van eenden die de rust verstoren. 
De tijd zal het beeld herstellen
en iets terugbrengen 
dat aan geluk doet denken.
Ik zucht. 

Het riet weet meer 
over de lichtende melancholie 
die de maan achterliet.
En morgen zijn het andere zorgen, 
dan komt het proza van de jongen 
die zijn liefje ziet in een boek 
dat ooit werd voorgelezen 
bij het water.

dinsdag 13 maart 2018

Review van 'Bart Stouten over Bach' in Pianist

Bart Stouten over Bach. Een chaconne in woorden. Literair essay. Antwerpen: Uitgeverij Vrijdag. Klara. 126 p. ISBN 9789460016066
De tijden waarin Johann Sebastian Bach als ‘gewone’, getalenteerde maar tikje te eigenwijze, cantororganist, musicus en leraar werd gezien, zijn lang voorbij. Voor de generaties na de Bach-revival in 1829 is hij een verafgode componist geworden, die met zijn muziek de harten nog steeds weet te beroeren. Men zoekt de betekenis achter elke noot die hij heeft gecomponeerd, raakt geïnspireerd door zijn muziek en probeert haar geheimen te doordringen en te verklaren.
Tussen alle oude en nieuwe onderzoeken, theorieën, reconstructies en liefdesverklaringen aan Bach valt het essay van Bart Stouten op door zijn zeer persoonlijke manier waarmee de schrijver en Klara-presentator de gevestigde Olympiër benadert. Veel meer dan in het bejubelen van deze ‘autodidact met Einbildungskraft’, is Stouten geïnteresseerd in de uitwerking van zijn muziek op het publiek, hemzelf inbegrepen. De componist inspireert hem tot het schrijven van een ‘partita in woorden’ die hij zelf met Bachs Chaconne in d vergelijkt. Hij loopt de gebeurtenissen uit Bachs leven en zijn eigen herinneringen na, bekijkt ze vanuit diverse invalshoeken en stelt zich voortdurend vragen. Om te beginnen ‘wie?’ Wie is deze ‘poet’s poet van de muziek’, die in staat is zoveel met zijn muziek te vertellen dat wij al tweehonderd jaar lang zijn dagelijkse doen en laten onder het vergrootglas leggen op zoek naar al het onverklaarbare en aangrijpende die zijn muziek zo eigen maken.
Het lijkt alsof je het essay met het potlood in de hand leest, alleen zorgt de schrijver zelf voor de opmerkingen en samenvattingen in de marges van de pagina’s. Ze begeleiden je bij het lezen, vragen om aandacht als uitroeptekens en zijn onmogelijk over het hoofd te zien. Je staat er bij stil, denkt er nog eens over na en komt er weer op terug. Dankzij deze informele inhoudsopgave, trefwoordenregister en aandachtspuntenlijst in één, word je een betrokken lezer die het verhaal samen met de schrijver stap voor stap verkent.
‘Bachs agenda’, ‘link componeren en vertolken’, ‘het onzegbare’, ‘absolute kunst, ongrijpbaar’, ‘Bach, Proust, Beckett’, ‘voetreis?’, ‘het mooiste aan Bach’, ‘improvisatie’ en zelfs ‘Bach als twaalftoonscomponist’: de opmerkingen in de marges zijn net zo interessant als de tekst van het essay zelf. Ze spreken tot de verbeelding en geven een aanzet om ook je eigen beleving van Bach nog eens te inventariseren. Inderdaad, wat is nou het mooiste aan Bach en hoe kun je het onzegbare verklanken? Op het moment dat je de vragen aan jezelf begint te stellen, ben je eigenlijk al met je eigen essay over Bachs leven en werken bezig. Voordat je het weet, ben je terug bij het begin en de vraag ‘wie?’ om Bach en de kracht van zijn muziek voor jezelf proberen te definiëren. En dat is wel een heel bijzondere uitwerking van dit inspirerende boek, die we geheel aan zijn bevlogen verteller hebben te danken. ©Olga de Kort, 2018 (gepubliceerd in Pianist, 2018, nr.1 februari)

zaterdag 3 maart 2018

Dat er een striemende wind staat
is het ergste niet. Je bibbert je problemen
weg en houd je overeind op de ijsregen
van kritiek, onder het gejank van sirenes
die in de verte met je verzen wegrijden.

Poëzie is de belofte van een klein Hawaii
met bloemen om een hals die je niet kent.
Achter je wordt gehoest, de bus rijdt weg
en daar zijn al de ukeleles van de liefde,
mannen ingeënt tegen hun woeste libido.
Dat de winter bijna voorbij is, daar ginds al,
flitst in signalen tussen het verkeer door.
De chauffeurs houden elkaar in de gaten,
de hoge hakken willen gauw naar buiten,
mijn duizelingwekkende liefdes begeleiden hen
en in welk straatje ik rijd? ik zou het niet weten,
er is geen eenzaamheid die het vertellen kan.
Alleen de blauwe schemering van een eiland,
windsurfende herinnering en de hoop dat jij,
alleen jij, me welkom heet wanneer ik thuiskom,
straks in het oude snarenspel van je zwoelheid.