dinsdag 21 augustus 2018

Ik wil inslapen wanneer de aarde
— niet eerder: mijn leven is een gaarde —
iets malser is geworden, de zee weer blauw
en de lucht wat minder grauw.
Ik wil stoeien onder de kersenbloesem
— jouw liefde dicht tegen mijn boezem —
wanneer ik wegduizel uit de oude tijd
waar Borgloon miljoenen blaadjes spreidt.
Niet voor alles weer fris geurt en bont kleurt
— ik, de hond die in regenweiden speurt —
wil ik de woorden schudden van mijn lijf,
zodat ik even nog denken kan: ik blijf.
Geef mij die groene wereld voor morgen
— ik wil mezelf bevrijden van mijn zorgen —
en laat de kinderen die dit zullen lezen
geen doodverloren toekomst vrezen.

maandag 13 augustus 2018


ik kan wel huilen
maar ik doe het niet

wanneer de bronskleurige glans
van de avond mij denken doet

aan de kooksessies van oma
op ons terras in Borgloon —

haar gouden jaren zestig
roken naar een terrasje 

aan het Gardameer 
met pasta à volonté

en een dolce far niente
dat vertelt over het verlangen 

om iets voor mij te doen
in deze luie herinnering aan haar

terwijl ze mijn pyjama klaarlegt
om straks in open lucht te slapen

samen met mijn boerende beertjes 
onder de vallende sterren van Sirmione 

donderdag 2 augustus 2018


In het manisch gebabbel van de trein
gaan blikken uit elkaar, parkeren ogen 
op lichte zomerkledij aan de andere kant
van het gangpad. Giftig en onverdraaglijk
is de jaloerse blik van een oude man 
die slapen wil onder zijn superieure frons.

Onder mijn vervoerbewijs ligt Rimbaud, 
dealer in louche verzen, een seizoen lang 
te luieren in de hel van Ethiopië. 
Waarom vluchtte hij voor het puin 
van modernisme dat hij achterliet?
Alle ogen zijn nu op mij gericht.

In de tippelzone van mijn begeren 
kies ik voor een landschap van het verzwijgen.
De conducteur is hulpelozer dan ik dacht.
Ik lees de bange dooltocht van zijn ogen.
Rimbaud reist altijd mee, denk ik luidop. 
Anders bleef deze hitte zonder intrige.