vrijdag 21 december 2018


Ik zou op Kerstmis 
in mijn eentje, bij nacht en ontij
alle problemen voor je willen oplossen
als je me beloven kon
dat je geen sprookje zou voorlezen
bij het slapen gaan.

Ik zou een stille kracht willen zijn 
op je achtergrond, hoewel je daar nooit
iets over zeggen zou 
en nergens anders naar verlangen,
als je me dat beloven zou
vlak voor het slapen gaan.

Ik zou… ach ik zou hopen
dat je op Kerstmis niet weglopen zou
van je innerlijk leven, je bestaan
binnen de vier beschermende muren
van je geloof in mij,
zoals je dat een ander beloven zou

op de valreep van dezelfde slaap
die onze dromen doen wisselen
van beloftevolle eigenaar.

zaterdag 15 december 2018


Wil ik omhoog kijken, naar een vlieger 
die de hemel kleurt? Het is me 
een raadsel. Mijn ogen volgen niet meer. 
Ze zijn verblind door de zon van een einde. 
Ze dwalen in de diepte van een schaduw 

waar schurken een plan smeden 
tegen dit naïeve zelf dat woorden nodig heeft. 
Alsof stilte nooit volwassen werd.

Liefdes. Uitgeleefde trawanten 
met een boekentas vol gespijbelde uren. 
Soms tuimelen ze in het zand van mijn taal. 
Ook dode zielen blijven verantwoordelijk 
voor de blinde vlek van hun zonden.

De oude schoolbel doet me schrikken, 
decennia prutsen met goedkoop effect 
in dit visioen. Ik hoor te begrijpen 
waarom wijsheid in mijn hoofd 
op een plank staat waar ik niet bij kan. 

En wandel verder met mijn strakke stuurlijnen, 
klank van wind in de rug, letters op zak, 
vakantie als een schooldag die niet eindigen wil.

zaterdag 8 december 2018



Ik bracht uren door met
het donker, zoals gezien
door kaarslicht 
in de kleine kamer
waar mijn zorgen wonen.
De haven was er, de wind,
het raam met de suggestie 
van onderkoelde regen

en verder hoorde ik de stille roep 
van landen die ik nooit bezocht heb,
kale vlakten met rode papavers,
stille boeken die ik wilde schrijven.
Op een Russisch ikoontje 
stak Sint-Joris zijn draak neer
net toen ik een slokje water nam
om sneller in te slapen vannacht.

Eindelijk kwam de droom
waarop ik had gewacht.
Zacht zoeven van vrijheidsvleugels.
Witte krokussen voor een vroege lente,
nomadenhut met hout en vlammen, 
bewoond door oude wensen, flessen wijn,
de precaire uitzinnigheid van een fuifnummer
met een liefdesverhaal dat niet rond was.

Ik danste met schaduwen op krakend hout
en zag ze kleiner worden bij de deur,
waar een elleboog het licht doofde.
Het bloed van de draak sijpelde binnen, 
mijn toekomst vloog open. Ik werd verdreven 
door de kou van onbestaande teksten.
Daar: een briesend paard wachtte bij de kim.
Volharden! Dra zouden woorden dagen.