zaterdag 8 december 2018



Ik bracht uren door met
het donker, zoals gezien
door kaarslicht 
in de kleine kamer
waar mijn zorgen wonen.
De haven was er, de wind,
het raam met de suggestie 
van onderkoelde regen

en verder hoorde ik de stille roep 
van landen die ik nooit bezocht heb,
kale vlakten met rode papavers,
stille boeken die ik wilde schrijven.
Op een Russisch ikoontje 
stak Sint-Joris zijn draak neer
net toen ik een slokje water nam
om sneller in te slapen vannacht.

Eindelijk kwam de droom
waarop ik had gewacht.
Zacht zoeven van vrijheidsvleugels.
Witte krokussen voor een vroege lente,
nomadenhut met hout en vlammen, 
bewoond door oude wensen, flessen wijn,
de precaire uitzinnigheid van een fuifnummer
met een liefdesverhaal dat niet rond was.

Ik danste met schaduwen op krakend hout
en zag ze kleiner worden bij de deur,
waar een elleboog het licht doofde.
Het bloed van de draak sijpelde binnen, 
mijn toekomst vloog open. Ik werd verdreven 
door de kou van onbestaande teksten.
Daar: een briesend paard wachtte bij de kim.
Volharden! Dra zouden woorden dagen.