zaterdag 15 december 2018


Wil ik omhoog kijken, naar een vlieger 
die de hemel kleurt? Het is me 
een raadsel. Mijn ogen volgen niet meer. 
Ze zijn verblind door de zon van een einde. 
Ze dwalen in de diepte van een schaduw 

waar schurken een plan smeden 
tegen dit naïeve zelf dat woorden nodig heeft. 
Alsof stilte nooit volwassen werd.

Liefdes. Uitgeleefde trawanten 
met een boekentas vol gespijbelde uren. 
Soms tuimelen ze in het zand van mijn taal. 
Ook dode zielen blijven verantwoordelijk 
voor de blinde vlek van hun zonden.

De oude schoolbel doet me schrikken, 
decennia prutsen met goedkoop effect 
in dit visioen. Ik hoor te begrijpen 
waarom wijsheid in mijn hoofd 
op een plank staat waar ik niet bij kan. 

En wandel verder met mijn strakke stuurlijnen, 
klank van wind in de rug, letters op zak, 
vakantie als een schooldag die niet eindigen wil.