zondag 6 januari 2019


Er groeit en bloeit iets moois in mij.
Het is een bloem die na de vlammen
in het woud uit de as verrijst.
Onderweg naar de vierde verdieping.

Ik heb een schriftje geopend op de dag
dat ik jou ontmoette. In de lift stond je
te doen alsof je me niet gezien had.
Er zijn zoveel spiegels als excuus.

Maar toen we stilvielen, en je blik
paniekerig op mij viel, glimlachte ik 
naar jou, alsof het mijn schuld was.
Dat we zo niet verder konden.

Er groeit en bloeit iets moois in mij.
Vraag me niet het te benoemen.
Straks zijn we vertrokken, in het vuur
van onze onmacht

dat op een laag pitje stond. Maar stil,
tussen de regels van mijn schriftje,
ben je tijdloos geworden, jij liefje 
zonder relatie.