woensdag 27 maart 2019


Soms heb je een reis nodig: 
ik zal je zeggen wanneer. 

Het zijn ogenblikken dat je, 
tussen de vertrouwde bomen, 
een kleine paniek voelt 
omdat het signaal van je smartphone 
is uitgevallen. Net nu je de hele tijd 
aan het wachten bent op een antwoord 
dat er maar niet wil komen. 
Dan heb je een reis nodig. 

Het is zoals wanneer je in de lente 
beseft dat een raam openen 
en koele geuren binnenlaten 
belangrijker is dan altijd maar 
die vertrouwde bomen te bespieden — 
ze zijn zelf nog niet klaar 
voor de veranderingen die gaan komen.
Ze weten het nog niet.

Je hebt een reis nodig 
om ruimte te vinden voor je zelf. 
Laat de koeien maar onverschillig staren, 
het zijn je longen die je moeten begrijpen, 
het is een adem die zijn kans wil krijgen. 
Het is een ander ritme dat naar je verlangt, 
dat is wat je verlangen naar vreemde contreien 
nauwelijks hoorbaar heeft verteld.

Reis dan. Naar de nacht waar je gevoelens 
dwalen in de wijn. Reis naar de andere kant 
van wie je tot hiertoe bent geweest. 
Vergeet de ziekte die een excuus was. 
Wees blij dat er een bladzijde voor je ligt 
om woorden op los te laten. 
Als de wind op dauwdruppels 
met een leven in miniatuur.

En houd je reis heel eenvoudig. 
Zoek het hotel van je herstel op. 
En blijf daar overnachten in een kamer 
met de gravures van je herinneringen 
aan de wand. 
Sluit je ogen dan 
en vier, in een droom, 
de geboorte van een nieuwe morgen.






donderdag 21 maart 2019



Het is lente vandaag, zei de weerman. 
De wolken schoven niet open, op straat
werd er weggekeken en toen de tram kwam
verdrong de massa zich om een zitje
dat onvindbaar was. Rood werd groen,
de bocht maakte een schurend geluid 
en de harmonie van het park werd verstoord
door krijsende kinderen die Peter Benoit 
had leren zingen.

Maar daarna kwam ik. Vastbesloten vandaag
om er iets van te maken. De hemel merkte het
toen ik mijn toverspreuk sprak die de toonladder
voor een beiaard werd, hamerend brons 
dat vrijen wilde met de zon. Een hond sprong op
naar mijn glimlach, de leiband liet hem begaan
en schonk mij het teken om me gewonnen te geven, 
mijn jaren naar beneden te klimmen en blij te zijn
dat een jong lichaam de nieuwe lente had voorgesteld.

Helios kwam even piepen: 
het was een zuinig begin. 

maandag 18 maart 2019


Als sneeuw die te lang heeft gewacht
komen waterbubbels voor mijn lippen
in het aquarium met de gapende vis
waar ik woorden kom zoeken 
om jouw koele kijken in mijn ziel 
te herkennen in een stille passage
van je stem. 

Sneeuw, spreek over vergeten meren.
Tussen bergen die zich vulden met zintuigen
en ballades, smeltend in een ganzenveer. 
We zaten er te vissen, ik aan de rand 
van het donkere water, jij als een schim
aan de overkant, lichtend in de winter
die ik als boter had meegenomen.

Sneeuw, sprekende vlagen van gebleven liefde.
Herinnering zwemt voor mijn ogen,
gevangen in de tijd. Zuurstof borrelt op
en het is wachten op de gapende mond
waaraan verlangens niet weerstaan.
Sneeuw — niet langer dreigen.
Ik wil me zien rollebollen in de vallei

waar ik kwam picknicken met mijn dromen.

maandag 11 maart 2019


Als je ziek bent, vragen mensen 
hoe het met je gaat — 
vijf woorden,
maar het antwoord is altijd 
een kwadraat 
waarmee je niemand wil lastig vallen.

Vierkantswortel, dan maar,
omdat de narigheid er niet toe doet:
‘het gaat goed met me.’ 
Oh. 
Dan lijkt het
alsof je iets verbergt. 
Kort en bondig past niet
bij een ernstige ziekte.

Dus moet je amenderen,
beleefdheidshalve: 
‘Over de details zullen we zwijgen.’  
Als een voetnoot, 
die je ad nauseam kan herhalen.

Je dankt voor het beloofde beterschap
en onthoudt de vriendschap, 
die nooit te veinzen valt.