maandag 2 december 2019

Eenzame avond in Tielt.
Nog eens geloven in de troost
van pas gesteven lakens
en een kussen zo groot,
dat ik oma's lentetuin
met mijn armen omsluit. 


Tussen de bloemen van deze droom
op het spoor komen van een kidnap --
wilskracht ontrukt aan de beloftes
die ze meegaf voor de cool jazz
van mijn latere melancholie.
Krachten bundelen, denken


de woorden dan. En spijbelen
bij het water waar de bomen winterslapen
en een druk verkeer voorbij dendert.
Op het karretje met mijn ontbijt ligt
een sandwich die ik alleen beleggen moet.
Zie hem stoeien met zijn verleiding,


zoals verwende pubers dan doen.
Aandelen zijn er wel, in dit geluk van verzen,
maar de banken waar je ooit koffie kreeg,
blijven gesloten. Ik zet de verwarming
een graadje hoger en val opnieuw in slaap.
Zonder alternatief voor betere tijden.