vrijdag 6 december 2019




Ik houd van het leven, zei ik, maar is het
hetzelfde leven als dat van jou? Niemand
die zo’n uitspraak begrijpt – alleen jij.
Het heeft niets te maken met tijd
door glazen gooien of verre landen bezoeken.

Je begreep het. Het leven was die moeilijke,
amorfe massa die mijn lichaam had opgezocht
en het in een maatschappij geworden. In een eeuw.
Daar hield ik van. Van dàt leven, in al zijn tegenspraak.
Je zette een stapje achteruit om het te overschouwen.

Ik moest mijn beste pak uittrekken, vond je,
en in een jeansbroek naar mijn leven kijken.
En vooral: ik mocht niet als kristal beschouwen
wat in wezen staal is. Of je nu tuig bent of niet,
het leven mag je niet preuts benaderen, zei je,

want dan sta je oog in oog met een idealistisch onding.
Ik ben geen tuig, dacht ik glimlachend. Ik houd van je.
Ik ontvang de dingen zoals ze zijn, onaangeroerd
door wensen en verwachtingen. Geen schoonheid
schenk ik aan moleculen die bloemen moeten worden.

Ik leef, en ben zo blij bij jou.