woensdag 8 april 2020

ik kom hier, ik die achter een masker
van het zeldzame soort waarmee je alle dagen
journaals maakt niet rapporteren kan wat het is
dat een zoen veilig maakt en je vanop een afstand,
zolang er taal is, vertellen moet dat ik je mis, je stem
in bange coronatijden die me doodstil beschermen
in mijn lonkende fort van ervaring met microfoon,
ik die skype en bel en zwijg en rondloop en eet en
drink terwijl ik verzink in verlangen om bij je te zijn,
niet via skype of telefoon, maar via je perzikhuid,
je tijgerogen, je kersenlippen, je luistervinkende oren,
je door voetbal geharde knieën, je borst van de ijsbeer
en tepel uit een blad dat ooit ter ziele is gegaan,
je melkwitte toverhand, je pure woedehaar,
je goedmakende dociele hondwenkbrauwen,
je masseerbare voetzolen die ik nog niet ken,
je maag en lever en longen en milt en cerebellum
waarover ik zwijg en ik vergeet de organen
die je het dierbaarst zijn
om gewoon maar te zeggen
wat je natuurlijk wel raden kan

dinsdag 24 maart 2020

Op de geboende tafel schreeuwt
de rode appel van vreugde. Ik hoor
alleen die appel. Ik leg een boek
van Beckett naast de appel: het boek
roept luider dan de appel.

In het raam schreeuwt de hemel
van blauwte. Ik zie alleen vakanties
aan zee, en bij het wolkje dat er niet
bij hoort een wandeling in de bergen.
Ik zet de radio op, val midden in het bad

van virussen. De rode appel, het boek,
de hemel en de vakanties — verdwenen.
Maar niet mijn hoop dat ik ooit met jou,
onder een stralende hemel, de mooiste
vakantie zal beleven. Jij en ik, arm in arm,

zelfde appel, zelfde Beckett.

woensdag 18 maart 2020

Er is genoeg voor iedereen.
De rekken zijn wel leeg.

Werk gezellig thuis 
in je tuin
en stuur de helden
naar het werk.

Blijf een meter van elkaar,
lichtjaren in gedachten.

Was je handen met water en zeep,
raak de klinken nooit meer aan.

Zoek een buddy voor het bos
maar pas op: daar lopen  
andere buddy’s in de weg.

Beperk je gezelschap,
neem een voorbeeld 
aan de eenzamen.

Geef me nooit nog een zoen, 
nooit nog een knuffel. 

Of toch maar, 
in eerlijke fantasie.


vrijdag 13 maart 2020


De minister kijkt alsof hij bij een spiegeltje
geschilderd wordt door Jan Van Eyck.
Met de grove borstel pakken we het aan,
op canvas, dit uitroeien van alle kritiek,
op een grondlaag van vermalen botten. 

Neem wat oranjesap, de cafés zijn dicht,
de mondmaskers op, niets dat helpt
om de lege stad weer pluis te krijgen.
Geniet van het voortschrijdend onheil 
op tv: woorden stollen, beelden spreken.

Of verdwijn met een zucht in uw apathie
en denk aan Camus: in Oran woedt de pest,
maar voor de rest geen vuiltje aan de lucht.
Chernobyl ontdekten we toch ook bij toeval
toen het te laat was voor de nucleaire wolk?

Stil nu, we zijn een paperclip verwijderd 
van de noodregering. Dan volgt de kalmte
waarin het allemaal zo erg niet is: controle
blijft een zaak van blikken, opgepoetste taal
en rekenen op begrip, met stijve bovenlip.

vrijdag 28 februari 2020



Onze vader die in de blauwe hemel vertoeft,
u bent afkomstig van een sprookje uit de bergen.
Maar in Alpenbier smaakt het als onverbeterlijk
voor deze jongen die weer dorstig is naar u.

Daarom, vader, blijf ik hier beneden, tussen pot
en pint verliefd op uw teveel aan schoonheid,
kerken bezoeken waar niemand nog komt,
bidden in verzen die kraken als oude sneeuw.
Uw woorden stuiven naar beneden, virtuoos
skiënd op de helling van dit leven dat ik aan u
te danken heb. Ontelbare jaren lang.

Zoveel gereserveerde zielen, vader. Allemaal rijk.
‘Soms gebeurt het dat er mensen van boven komen,’
zegt de waardin, wijzend naar de mahoniehouten trap
waar u wel eens afdaalt voor mij. Als bij toeval.

Buiten adem nu, in momenten die gezond zijn,
koude buitenlucht van oververhit verlangen
dat ik daarboven niet verwacht had in de Stube.
Ingrediënten die ik niet besteld had. Geef me
heden mijn dagelijks brood. Zonder krenten.
En vergeef me mijn zonden, vader. Zoals ook ik
ze graag vergeef aan wie ze me deed begaan.



vrijdag 21 februari 2020

kleuren dromen van voetbalvelden, tennismatchen
of ook wel eens, met jetlag erbij, eierdooiers
en zonsopgang met eenzaam Australië in het raam,
outback van bibberende beelden in Eurovisie,
wazige astronauten en misdaad bezocht door Batman.

kleuren moeten jaren zestig blijven, gloedvol naïef
in hun hemelse betrachting om levensecht te zijn.
ze moeten duren, zo lang de scheidsrechters het willen,
onder spots, tot in de donkerste uren van de nacht,
in knipperend neon van bars waar je nooit komt.

kleuren zijn verleden om me op te beuren, altijd
en overal, met verlangen naar het onvolmaakte
dat betovert, een doelpunt dat om verzen vraagt,
woorden die geuren naar mahonie en rondes
van Frankrijk met rollende persen en dunne kranten

die zonder goed te weten waarom ‘hoera!’ roepen
en dan voorgoed zwijgen in mijn geheugen

donderdag 20 februari 2020

Downsizing.

Voel een hete adem. Denk goed na.

Versober werkloosheidsuitkeringen.
Versober subsidieregelingen.
Stel grote projecten uit. Neem minder
personeel aan. Versober arbeids-
voorwaarden. Ontsla personeel.
Schrap bonussen. Verlaag het salaris.
Los leningen versneld af. Schrap
alle niet noodzakelijke uitgaven.

Herhaal heel de procedure
zo vaak u kan
tot uw aandeelhouders eindelijk
tevreden zijn en u zichzelf
van de kaart geveegd hebt.

Voel u dan een man of een vrouw
van de eenentwintigste eeuw.
Schrijf een boek over uw burn-out
en val ermee in de prijzen.

donderdag 13 februari 2020

Kijken als Luc Tuymans in een portret van Luc Tuymans.
Klinken als Wolfgang in ongewone muziek van Mozart.
Of nee, als Frederic Chopin, niet meer verliefd op George Sand.
Praten als Peter Vandenbempt over voetbal, en dan voetballen.
Voetballen als Peter Vandenbempt, en dan zwijgen.
Zingen als Andreas Scholl, en dan Bach ontmoeten.
Orgel spelen in Zoutleeuw, partituren boordevol herinnering.
Oudjes verzorgen in een rusthuis, en dankbaar denken aan iedereen
die dat ooit gedaan heeft.
Vlak voor Valentijn liefdespoëzie lezen, en geen pijltjes missen
omdat er niemand in je omgeving is om midscheeps te raken.
Gewoon jezelf zijn, zoals je hoopt dat gewoon jezelf zijn wel zijn kan.
En verder werken.
Aan jezelf.

zaterdag 8 februari 2020


Soms word ik wakker, boos op alles
wat ik gedroomd heb, blaf als een hond
naar de postbode, vergeet de tramconducteur
te groeten en draaf naar mijn werk
naast stapvoets rijdende vrachtwagens 
met dansende marionet aan hun spiegel.

Ik klink alsof ik juwelen heb ingeslikt, 
schoonheid schuurt in mijn darmen
en tussen de graffiti onder de Reyerslaan
loopt een gedachte die ik bijna zou vergeten.
Dat ik mama beloofd heb aan te sterken
met haar liefde in mijn herinnering, 

gezond te blijven in onze mooie uren
aan tafel, koffie gemorst en op het gebak
een slagroom die zonder mixer was gebleven, 
complimentjes van regendruppels op het raam
en warm genoeg water om vlekken te wissen 
op een hemd dat ze met stijfsel had gestreken.

Soepel en zacht moet ik terugkeren uit mijn slaap,
niet zeuren over die narigheid onder gesloten ogen.
Ik mag niet huilen omdat mama in een graf ligt
en haar tegenwoordige tijd zonder toekomst is.
Wat telt is dat ze goed blijft voor mij, alles overdoet
wat ik heerlijk vond, daar ginds in mijn gebroken hart.

Dat is, in een traan, waarom ik boos ben op de afleiding 
van leeggeroofde schrijnen wanneer ik er niet ben.
Hoe oker haar stem klonk, de blauwe waakvlam 
die niet meer aanslaat, een dialect met kippen 
die kakelen alsof hun uur nooit komen zal,
dit alles moet intact blijven, 

het is gewijd immers met woord,
een relikwie om te aanbidden 
in mijn hart.

zaterdag 18 januari 2020


alsof een hobo bij de voornaam wordt aangesproken,
een fagot verrast die zegen vaststelt, maar een jaloerse dwarsfluit
begint te zeuren dat we midden in een concerto vertoeven 
en beter bij de les kunnen blijven

staren je ogen met oceaankracht naar de maan
o dappere saxofoon die mijn diepere ik bij toeval ontmoet heeft
schemerend saffier van onschuld dat mijn getij beroert
en mij het masker van de hypnose ontrukt 
die de pijn van onbemind zijn verbergt

in de stem van mijn geweten schuiven wolken voor een licht, 
als de boog van een viool die eindelijk terzake komt
na wat tijdverlies van droge humor: word ik op handen gedragen
of stil verketterd, en komt de buitenkans nabij van een bedeesd adagio

waar ik het antwoord kwijt ben en de thema’s nog eens overdoe
in een tempo dat mij beter ligt, op de drempel van mijn eerste liefde 
die te dissonant was om ooit nog waar te zijn?

donderdag 9 januari 2020



Jij. steeds jij. Die ik niet ken.
Herinnering aan jou is overal om me heen,
springt en danst als een sintel in mijn vreugdevuur.
O jij, ik kan je zien in trillende slierten van rood,
je komt en gaat in mijn hitte, je likt mijn gezicht, jij vlam
die diep brandt. Overal. En dan. Weer weg. Jij.

Ik. Heel even. Midden in de nacht, ijzig, wit, puur 
en gebarsten, ril van de kou, zonder jou. Mijn vingers 
hacken je lippen, knetteren en breken en vallen uiteen 
als krijt, stuiven als gloeiend stof door je donkere adem. 
Liefde die gaat of niet blijft of hoe zeg je dat, nooit heeft bestaan
ben jij, overal in mij, liefde die van geen ophouden weet. Nu dan.

Consumeer mij. Zoals ik jou.