dinsdag 24 maart 2020

Op de geboende tafel schreeuwt
de rode appel van vreugde. Ik hoor
alleen die appel. Ik leg een boek
van Beckett naast de appel: het boek
roept luider dan de appel.

In het raam schreeuwt de hemel
van blauwte. Ik zie alleen vakanties
aan zee, en bij het wolkje dat er niet
bij hoort een wandeling in de bergen.
Ik zet de radio op, val midden in het bad

van virussen. De rode appel, het boek,
de hemel en de vakanties — verdwenen.
Maar niet mijn hoop dat ik ooit met jou,
onder een stralende hemel, de mooiste
vakantie zal beleven. Jij en ik, arm in arm,

zelfde appel, zelfde Beckett.

woensdag 18 maart 2020

Er is genoeg voor iedereen.
De rekken zijn wel leeg.

Werk gezellig thuis 
in je tuin
en stuur de helden
naar het werk.

Blijf een meter van elkaar,
lichtjaren in gedachten.

Was je handen met water en zeep,
raak de klinken nooit meer aan.

Zoek een buddy voor het bos
maar pas op: daar lopen  
andere buddy’s in de weg.

Beperk je gezelschap,
neem een voorbeeld 
aan de eenzamen.

Geef me nooit nog een zoen, 
nooit nog een knuffel. 

Of toch maar, 
in eerlijke fantasie.


vrijdag 13 maart 2020


De minister kijkt alsof hij bij een spiegeltje
geschilderd wordt door Jan Van Eyck.
Met de grove borstel pakken we het aan,
op canvas, dit uitroeien van alle kritiek,
op een grondlaag van vermalen botten. 

Neem wat oranjesap, de cafés zijn dicht,
de mondmaskers op, niets dat helpt
om de lege stad weer pluis te krijgen.
Geniet van het voortschrijdend onheil 
op tv: woorden stollen, beelden spreken.

Of verdwijn met een zucht in uw apathie
en denk aan Camus: in Oran woedt de pest,
maar voor de rest geen vuiltje aan de lucht.
Chernobyl ontdekten we toch ook bij toeval
toen het te laat was voor de nucleaire wolk?

Stil nu, we zijn een paperclip verwijderd 
van de noodregering. Dan volgt de kalmte
waarin het allemaal zo erg niet is: controle
blijft een zaak van blikken, opgepoetste taal
en rekenen op begrip, met stijve bovenlip.