dinsdag 24 maart 2020

Op de geboende tafel schreeuwt
de rode appel van vreugde. Ik hoor
alleen die appel. Ik leg een boek
van Beckett naast de appel: het boek
roept luider dan de appel.

In het raam schreeuwt de hemel
van blauwte. Ik zie alleen vakanties
aan zee, en bij het wolkje dat er niet
bij hoort een wandeling in de bergen.
Ik zet de radio op, val midden in het bad

van virussen. De rode appel, het boek,
de hemel en de vakanties — verdwenen.
Maar niet mijn hoop dat ik ooit met jou,
onder een stralende hemel, de mooiste
vakantie zal beleven. Jij en ik, arm in arm,

zelfde appel, zelfde Beckett.