donderdag 9 april 2020

De beste foto is altijd de volgende,
het beste gedicht moet nog komen.
Ik reis door mijn kamer en de steden
die ik weervind krijgen mijn woorden.
De zuilengalerij van Bologna is nu even
mijn terras, ik ben er niet, de straten
beneden janken van stilte. Hoe lief
dat alles voorlopig niet verroeren wil.
Wanneer ik vanavond mijn pesto eet,
komt een poes op het muurtje lopen,
ze miauwt iets in het Italiaans
en even later bestelt ze de latte
van de dag. Vuoi restare qui, gatto?
Ze bekijkt me alsof ik te verleiden val
en schenkt me dit gedicht, in de hoop
op nog een extra bordje.
Heel de straat met potten en pannen.
Bologna verdwenen. Stilte zoek.
De poes staakt het spinnen,
maar komt morgen terug, belooft ze.
Applaus. Mannequin op de catwalk.
Bij de rand van het muurtje kijkt ze om:
ik wil weten waar je woont, soebat ik.
Dat zijn jouw zaken niet, grijnst ze.