zaterdag 11 april 2020

Een jogger stuift voorbij,
de douchegeur blijft achter.
Dat meer minder is,
maar toch meer.
De dood heeft twee gezichten.
Daarom maken de nieuwe cijfers
me bang, ook al zijn ze beter.
En blij dat ik ben,
als een kerselaar in de lente
die zo hard haar best doet
om met roze blaadjes te landen,
zoals deze woorden
op papier. En dan weer
in mijn dromen, via de beelden
die hen intimideren.
Zoals de grafiek van het journaal,
die dronken strompelaar
onderweg naar een ‘oef’
van werkhervatting, vakanties,
horeca en flirten in het park
waar bomen afstand houden
zonder dat iemand het vraagt.
Dat ik me afvraag wie mijn mama
de laatste keer slaapwel zei.
Het moet iets zijn in de wijze
waarop de journaliste naar mij kijkt,
als een binnensluipende dageraad
die de akelige nacht verjaagt.