zaterdag 23 mei 2020


de afstand die ons dwingt
tot zwijgen op anderhalve meter
van elkaar, terwijl je me met een knipoog
beloofde dat je bij me zou blijven,
als een verstrengeld elektron
dat mijn paradijs wil meevoeren

de afstand tussen woorden
die me aanmoedigt om van het ene
naar het andere vers te zwaaien
wanneer er betekenis wordt aangevuld
en ik een stanza eindig in het geheim
van rijmend erotisch geslijm

ik hier, jij daar:
bij de bushalte
striemt de regen
tegen mijn droom
wanneer ik je herinner
nadat je bent opgestapt

is dit liefde, zul je denken:
me bezingen als een schim
die uit je leven verdwijnt
en bij het volgende licht
een mondmasker opzet,
alsof ze zwijgen moet?

je hebt me niets beloofd,
dat jouw bus zou komen
is puur toeval, en dat die van mij
op zich laat wachten, de regelmaat
waar geen enkel hart van houdt
dus laat me wachten, wachten

op de wind van de kille zon
die je morgen zal terugbrengen
naar de afzijdige lente met het virus
dat me deze woorden heeft aangedaan
alsof ik me een drummer moet voelen
die zichzelf tussen je akkoorden smijt