donderdag 14 mei 2020

De wereld knutselt als een razende gek
de zon zelf ineen, verstand op nul
en verlangen op oneindig, in video’s
met lege kerken en huiskamers
als concertzalen.
Ondertussen huilt er
vreugde alom, in quarantaine.
Een vriendin heeft het leven geschonken
aan een jongen. Donzen haartjes,
zou dat niet mooi zijn, hoor ik aan de telefoon
die niet stilstaat. Een wonderkind, het ligt al
in de armen van de vroedvrouw. Een hit,
gestrand in de hitparade van mijn liefde.
Wonderkind, van kop tot teen.
Ik kom gauw kijken zeg ik, je maakt mijn dag
en ik vertel het aan heel Vlaanderen,
net voor de verkeerslichten aan de Keizerstraat.
Kom bij me, echte wereld die me aansteekt
om te dichten wat ik niet krijgen kan,
vreugde ontzenuwd in woorden die thuis blijven,
dicht bij mijn snoepend balen. Het volstaat
om te beknibbelen op suiker en boter
en de winkel geurt naar bestelling
maar ook de bestelling naar de winkel
van suikerbonen om ja te zeggen
tegen een welkom in deze koude wereld
van wachten op het oude zomernormaal.